‘Never a day without lines’, editie 3
Florette Dijkstra, Marjolijn van den Assem en Frank van den Broeck

30 mei 2010 - 11 juli 2010

‘Never a day without lines’ is een tentoonstellingsreeks in drie edities met als uitgangspunt ‘de tekening’ in de meest pure vorm en met een inhoudelijkheid die thuishoort bij de autonome kunst. De Ketelfactory heeft beeldend kunstenaars uitgenodigd bij wie de tekening centraal staat binnen het oeuvre. Van eind januari tot begin juli 2010 zijn in drie edities de werken van verschillende beeldend kunstenaars te zien. 
De inhoud, ‘het verhaal’ dat de kunstenaar wil vertellen, is bepalend voor de vorm waarin de tekening tot stand komt en het materiaal dat hiervoor gebruikt wordt. De tekening is binnen de beeldende kunst eigenlijk de meest ‘kwetsbare’ materiële vorm die een kunstenaar kan gebruiken. Hij of zij kan zich niet verschuilen achter indrukwekkend en esthetisch materiaalgebruik. Die ene lijn moet vorm geven aan wat het hoofd bedenkt. De tekening groeit bewust of onbewust vanuit een gedachte of een innerlijke wereld en krijgt vorm op een drager, zoals papier, doek of wand.

Vergetende herinnering

Florette Dijkstra nodigt voor deze Ontmoeting Frank Van den Broeck en Marjolijn van den Assem uit. Zij vindt onderlinge verwantschappen terug in de woorden van Maurice Blanchot over de herinnering als muze en in de Griekse mythe over Dibutade, waarin de herinnering voortduurt in de tekening. In het werk van de drie kunstenaars zijn misschien nog sporen zichtbaar van de eerste tekening op de Griekse stenen muur. Vanuit een lijn groeit een vorm, vanuit een vorm kan een symbool ontstaan. Een tekening van een waterval kan gaan stromen, de ruimte in, of juist terugkeren naar zijn bron, het fragment papier.

De mythe van Dibutade

Volgens een Griekse mythe vindt de tekenkunst zijn oorsprong bij het meisje Dibutade. Zij is verliefd op een herdersjongen die haar vanwege de oorlog moet verlaten. Op de dag dat Dibutade afscheid van haar vriend neemt, tekent ze met krijt de contour van zijn schaduw op een muur. Terwijl ze tekent kan Dibutade haar geliefde niet zien: ze moet zich concentreren op de potloodlijn rond de schaduw, die het afscheid inluidt. Dibutade blijft achter met de contourtekening op de muur. Maar de tekening laat haar niets zien: kijkt ze naar de lijn, dan ziet ze geen gezicht, en kijkt ze naar de vorm binnen de lijn, dan stuit ze op de stenen muur. De tekening brengt haar wél de afwezige geliefde in herinnering en doet haar verlangen hem weer te zien. Ze zal hem nooit vergeten: in de tekening duurt de herinnering voort.

Florette Dijkstra

Florette Dijkstra zoekt naar de ‘lege plekken’ in de kunstgeschiedenis. Ze ziet de kunstgeschiedenis als een fictief verhaal dat telkens opnieuw wordt verteld, en probeert dat wat in het verhaal wordt vergeten te ‘reanimeren’. Daarvoor reist ze soms jarenlang in het voetspoor van haar personages. In tekeningen, schilderijen en tekst doet ze verslag van de zoektochten. Naast meerjarige projecten maakt ze tekeningen over onderwerpen die een relatie hebben met beeldende kunst en literatuur, zoals een serie over de reflecterende mens. De werken gaan over reflectie, overpeinzing, introspectie: dat wat voorafgaat aan het creëren van een kunstwerk en wat erop volgt. In De Ketelfactory toont ze een serie tekeningen van de werkkamers van schrijvers en de ateliers van kunstenaars, waarin ze de even onbegrijpelijke als ongrijpbare inspiratie die door deze ruimten waart in beeld probeert te brengen.

Marjolijn van den Assem

Het boek ‘Seelenbriefe’ van Marjolijn van den Assem sloot in 2007 een zevenjarig project af over de verbeelding van correspondentie. Met de nadruk op de vriendschap tussen Marie Baumgartner en Friedrich Nietzsche heeft ze geprobeerd om seismografisch te verbeelden wat denkwegen vermogen. Sinds twee jaar werkt ze aan een nieuw onderwerp: ‘de taal van de dooiwind’. In het voorwoord van zijn boek ‘De vrolijke wetenschap’ komt Friedrich Nietzsche tot de conclusie dat hij ‘schrijft in de taal van de dooiwind’. Het volgen van Nietzsche’s voetspoor – daadwerkelijk en denkbeeldig – legt Marjolijn van den Assem vast in tekeningen, schilderingen en ruimtelijke papieren of plaatstalen werken. Haar speurtochten brengen haar bij een kunstmatige waterval in Genua en de oorsprong-van-rivieren-waterval bij Sils Maria. Beide watervallen vormen nu de spil van haar onderzoek. Door het beeldend verbinden van beide plaatsen en stroomlopen, hoopt ze ‘de taal van de dooiwind’ in de komende jaren zichtbaar te maken. Nietzsche’s leven en werk is voor Marjolijn van den Assem een houvast en aanleiding, waaraan haar werk zich steeds weer onttrekt.

Frank Van den Broeck

De tekeningen van Frank Van den Broeck ontstaan vanuit een lijn, een veeg, een beeld, een gedachte. Eenmaal geplaatst op het papier, geeft Frank Van den Broeck het potlood de ruimte om in elke volgende lijn zijn eigenheid, mogelijkheden, beeldtaal te ontplooien. Vanuit de lijnen groeien vormen, maar nooit zijn ze ‘af’: ze hebben altijd de mogelijkheid terug te keren bij hun oorsprong: het tekengerei of het papier. Vanuit de vorm profileert zich een omgeving die wordt afgebakend door de randen van het papier. Het is niet werkelijk een achtergrond, want vorm en omgeving zijn veroordeeld tot elkaar en dwingen over en weer begrenzingen af. In deze grillige beweging vervat, neigt de vorm ertoe symbool te worden, een associatief beeld op te roepen, te herinneren aan een gedicht.

distillatie ‘Be brave/Wees moedig’

Datum: 13 juni 2010
Met medewerking van: Rob Riemen en Carel Blotkamp

“De herinnering is de muze. Degene die zingt doet dit vanuit de herinnering en verleent anderen het vermogen zich te herinneren. De herinnering, toppunt van afgrond. De dichter spreekt alsof hij zich herinnert, maar als hij zich herinnert dan is dat door het vergeten.’ (uit: Maurice Blanchot. Oublieuse mémoire. Vertaling Frank Vande Veire)

Rob Riemen over de huidige tijd en de herinnering
Zien wij een herhaling van de recente geschiedenis in hedendaagse maatschappelijke en politieke ontwikkelingen? Rob Riemen, oprichter en directeur van het Nexus Instituut, Tilburg, en schrijver van ‘Adel van de geest’ (2009), geeft een lezing die vooruitloopt op zijn nieuwe boek, ‘De eeuwige terugkeer van het fascisme’.

Carel Blotkamp in gesprek over het tekenen
Carel Blotkamp, kunsthistoricus en beeldend kunstenaar, spreekt vanuit zijn ervaringen als historicus en kunstenaar met de exposerende kunstenaars over hun kunstenaarschap en het tekenen. Wat is zo specifiek aan tekenen? Waar begint de inspiratie? Wat is de betekenis van het handschrift?

videoportret

publicatie

Uit de tekst: “‘Vergetende herinnering’ is de titel van een tekst van de Franse schrijver Maurice Blanchot. Blanchot is in Nederland erg onbekend, zijn werk is nauwelijks vertaald. Zijn teksten zijn moeilijk, maar als je je erin begeeft, dan word je meegevoerd, als het ware opgeslokt door zijn woorden, zijn taal.
Blanchot zegt: de poëzie van de dichter en de beelden van de kunstenaar komen ergens vandaan. De dichter en de kunstenaar vinden ze niet uit; ze bestaan al ergens in de wereld. De herinnering leidt ons ernaartoe. Gedichten en beelden kunnen dus niet ‘nieuw’ worden gemaakt. “Niet het zeggen is van belang, maar dat men herzegt. Horen betekent steeds gehoord hebben, plaats nemen in een gemeenschap van vorige toehoorders, hen in staat stellen opnieuw aanwezig te zijn.””
bestellen

artikelen

De afschuwelijke vergetelheid, Peter Henk Steenhuis in Trouw

Onorthodoxe tekeningen in De Ketelfactory, Froukje Holtrop in Musis

Het licht komt van het papier, Peter Henk Steenhuis in Trouw

Het water in om Nietzsche te begrijpen, Peter Henk Steenhuis in Trouw

pers

persbericht #3.3